


Karakteristiek voor het beschermde dorpsgezicht van ’s-Graveland zijn ondermeer de
prachtige buitenplaatsen in het bosrijke gebied aan de rand van ’t Gooi. Deze vinden
hun oorsprong in de 17e eeuw, toen negen buitenplaatsen door Amsterdamse kooplieden
werden aangelegd. Over de bevolkingsaard van ’s-Gravelanders is wel eens gezegd dat
’s-Gravelanders zich allemaal een beetje ‘Van Adel’ voelen.
Bijzonder is het landgoed Gooilust, in de volksmond Bos van Blaauw genoemd. De heer Blaauw bracht regelmatig tropische planten en diersoorten mee uit Indie. Tijdens een wandeling over de ’s-Gravelandse buitenplaatsen zijn verschillende van deze voormalige tropische planten nog te zien. De siertuin van Gooilust is zomers op zaterdagmorgen en op aanvraag opengesteld voor publiek. Het nabijgelegen Corversbos is een lust voor vogelaars. Het loof- en naaldbos is rijk aan zowel roof- als zangvogels.
Karakteristiek voor ’s-Graveland zijn de fraaie buitenplaatsen in het bosrijke gebied aan de rand van ’t Gooi. Deze vinden hun oorsprong in de 17e eeuw, toen negen buitenplaatsen door Amsterdamse kooplieden werden aangelegd. Temidden van de statige buitenplaatsen en landgoederen ligt aan het Noordereinde het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten, dé ideale startplaats voor een wandeling of fietstocht.
Langs de ’s-Gravelandse vaart staan karakteristieke huizen. Hier woonden vroeger
de werklieden van de wasserijen. Het bestaansrecht van de wasserijen was te danken
aan het zachte water. De ’s-Gravelandse Vaart heeft vroeger een grote rol gespeeld
als transportroute van Hilversum naar Amsterdam. Met name groente, verbouwd door
tuinders in Kortenhoef en in de Horstermeerpolder, werd over het water vervoerd naar
de Hilversumse veiling.
Door de eeuwen heen hebben de buitenplaatsen het aanzien
van het dorp bepaald. De Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten heeft al vroeg
veel landgoederen aangekocht om de schoonheid hiervan te kunnen bewaren.







